Muurreliëf
- Kunstenaar:
- Luc van Hoek
- Geboren:
- 1910
- Overleden:
- 1991
- Oplevering:
- 1968
- Locatie:
- Stadhuisplein (voormalig kantongerecht), Winkelhart
- Materiaal:
- Baksteen
- Categorie:
- Gevelreliëf
Over het kunstwerk
Het gebouw waarop dit muurreliëf zich bevindt aan het Stadhuisplein is het voormalige kantongerechtsgebouw. Het is in 1968 ontworpen door architect Jos. Bedaux (1910 - 1989) en neemt een belangrijke plek in binnen zijn oeuvre. Het Kantongerecht is een gemeentelijk monument dat is aangemerkt als inspirerende naoorlogse bouwkunst in Nederland en vormde een belangrijk onderdeel van de stedelijke vernieuwing in de jaren zestig in Tilburg. Het gebouw is van alle kanten goed zichtbaar en om die reden heeft Bedaux alle gevels een eigen gezicht gegeven. Gesloten gevelvlakken van lichtgrijs muschelkalksteen en baksteen worden afgewisseld met glazen puien van verschillende formaten. Het architectenbureau dat Jos. Bedaux in 1937 oprichtte, ‘Bedaux de Brouwer Architecten’, is sinds 2024 gevestigd op de bovenste verdieping van dit gebouw.
Aan de zijde van het Koningsplein is een monumentaal bakstenen kunstwerk geïntegreerd in de gevels. Deze abstracte werken zijn ontworpen door de met Bedaux bevriende kunstenaar Luc van Hoek. Een muurreliëf was een populaire kunstvorm tijdens de wederopbouw van de vorige eeuw. Er werd meer aandacht geschonken aan het effect van de leefomgeving op de mens en om deze reden werd er vaker een verbinding tussen kunst en architectuur gelegd. Bedaux ontwierp ook enkele gebouwen op de campus van Universiteit Tilburg waar twee reliëfs (binnen in het Goossens gebouw en Simon gebouw) en een sculptuur genaamd Voorspoed uit 1967 (buiten het Simon gebouw) van Luc van Hoek te vinden zijn.
De kunstenaar
Luc van Hoek studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Katholieke Leergangen in Tilburg, waar hij werd opgeleid als leraar. In de beginjaren van zijn loopbaan werkte hij onder meer als ontwerper en illustrator bij het katholieke tijdschrift Brabantia Nostra. Nadat hij in 1943 weigert om lid te worden van de Nederlandsche Kultuurkamer, een instituut opgezet door de nazi’s, vlucht hij samen met zijn vrouw naar Scherpenheuvel in België. Terug in Nederland richt hij in zijn woonplaats Goirle het Atelier voor Liturgische Kunst op - er zijn dan immers genoeg opdrachten voor de wederopbouw en restauratie van kerkelijke instellingen. Zijn omvangrijke oeuvre omvat onder meer wandkleden, kazuifels, grafisch werk, glas-in-loodramen, poëzie en schilderijen. Ook maakte hij buitenbeelden en monumentale reliëfsculpturen van baksteen. In 1985 werd Van Hoek benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.